[SPEAKER_00] Een aapje wou eens lollig zijn, hij beet in de billen van de kapitein. [SPEAKER_00] De kapitein werd heel erg boos en stopte de aap in een poederdoos. [SPEAKER_00] Poederdoos ging open, aapje kon weer lopen. [SPEAKER_00] Aapje wou weer lollig zijn en beet in de... [SPEAKER_00] billen van de kapitein. De kapitein werd heel erg boos en stopte de aap in de poederdoos. De [SPEAKER_00] doos die ging weer open. Toen kon aapje lopen. De aapje wou weer lollig zijn. Toen beet hij de [SPEAKER_00] billen van de kapitein. De kapitein werd heel erg boos en stopte de aap in de poederdoos. Poederdoos [SPEAKER_00] ging open. Toen kon aapje lopen. De aapje wou weer lollig zijn. Toen beet hij de billen van de [SPEAKER_00] van de kapitein. De kapitein [SPEAKER_00] werd heel erg boos. Toen [SPEAKER_00] zopte hij de aap in de poederdoods. [SPEAKER_00] Poederdoods ging open. [SPEAKER_00] Toen kon Aapje [SPEAKER_00] lopen. Toen [SPEAKER_00] Aapje lolig zijn toen [SPEAKER_00] beet hij in de billen van de kapitein.