[SPEAKER_00] Studenten? [SPEAKER_00] Ik moet het zeggen als een leeuw. [SPEAKER_00] Nederland hart van de haankomst. [SPEAKER_00] Niet als een raaf. [SPEAKER_00] Dan ben ik level 1. [SPEAKER_00] Maar ik heb een wijs motje als haar. [SPEAKER_00] Oh, kut zo. [SPEAKER_00] Oké, maar ik zeg het als een leeuw. [SPEAKER_00] Ik ben nu wel een raaf, maar ik zeg het als een leeuw. [SPEAKER_00] Ik ga weer opnieuw. [SPEAKER_00] Oké, weet je wat? Ik ben een raaf. [SPEAKER_00] Ik ben geen raaf. [SPEAKER_00] Ik ben geen raaf, want ik moet het zeggen uit mijn leeuwenhart van in Nederland. [SPEAKER_00] Ik speel dit spel bij iemand. [SPEAKER_00] Studenten, net als jij en ik, op jouw gezicht. [SPEAKER_00] En ik dacht, ja. [SPEAKER_00] En nu denk ik aan het liedje van Jelle Kwa. [SPEAKER_00] Die vrouw die het voor het leven gaat hebben. [SPEAKER_00] Ze heeft grote tieten en ze heeft een grote kont. [SPEAKER_00] En ze heet wel Klaas, want ze gaat wel naar school, en ze is heel erg slim, en we gaan samen slim verder. [SPEAKER_00] Dat is wat ik denk. [SPEAKER_00] Nee, maar altijd hoog blijven, altijd goed en goed communiceren. [SPEAKER_00] Goed samen zijn met al die dingen. [SPEAKER_00] En die dingen gewoon op mijn gezicht zitten. [SPEAKER_00] Als een leeuw, hoor.